Skull Mountain - Schedelberg in de Jeruzalemkerk,
zie ook De Geheimen van Brugge
40.
De sensatiepers besteedt veel aandacht aan de kinderen. Zolang zij zich kunnen herinneren, spelen ze al in de ruïnes van het kasteel van Mesen.
Hun ouders hebben hen gewaarschuwd. ‘Er dwalen vieze ouwe mannetjes rond,’ hebben ze gezegd. ‘Er liggen gevaarlijke kidnappers op de loer. En het wemelt er van het ongedierte.’
Maar het is boter aan de galg geweest en nu spelen de kinderen King Kong.
Het is een dag van wolken. Witte, grijze, bruingele wolken. Roest vreet aan metaal dat ooit uitbundig heeft geschitterd in het zonlicht. Tussen het puin groeit spichtig, vuilgroen gras.
Drie jongens en twee meisjes gaan achter de reusachtige gorilla aan, die het knapste meisje van de bende – de mooie filmster – heeft geschaakt. Op het witte doek is het een gevaarlijke onderneming. De jungle rond Skull Mountain, waar King Kong zijn nest heeft, wemelt van bloeddorstige voorhistorische dieren en woeste inboorlingen. Het kasteeldomein vormt op zijn manier ook een jungle van steen en traag afbrokkelende gebouwen, een oerwoud van gebroken ramen en lege kamers waarin de klank van je stem hol weergalmt en je voetstappen grote sporen achterlaten in het stof.
Met pijl en boog, plastic machinegeweren, waterpistolen en laserstraalwerpers verkennen de kinderen de nauwe wegeltjes die zich te pletter storten tegen een blinde muur en gaan ze op zoek naar de Schone, die gevangen wordt gehouden door het Beest. Ver weg blaast King Kong op de koehoorn die zijn ouders als souvenier van een reis naar Zwitserland hebben meegebracht. Het scheurende geloei echoot tussen de muren. En iemand – iéts? – antwoordt.
Een van de jongens heeft met zijn laserkanon in een hoop vuilnis gepord, in een verloren hoek van het domein. Hij hoopt zijn vriendje – Kongmasker op het hoofd, koehoorn bij de hand – te zien verschijnen, al of niet in het gezelschap van de mooie filmster. Maar hij legt alleen het schoentje bloot van wat een jonge vrouw blijkt te zijn geweest.
Onverwijld waarschuwen de kinderen de politie, die tijdens een persconferentie verklaart dat de jonge vrouw op haar rechterzijde in een ondiepe kuil lag, met het gezicht naar de grond gedraaid, de armen onder het hoofd geschoven en de benen zo ver achteruit getrokken dat de voeten tegen de dijen lagen. Omdat er geen handtasje of portefeuille werd gevonden, vreesde men aanvankelijk dat de jonge vrouw niet onmiddellijk geïdentificeerd zou kunnen worden.
Het onderlichaam van de jonge vrouw was naakt. Haar jeans was van haar heupen gestroopt en als een strik rond haar enkels gedraaid. Haar slipje ontbrak. Dit alles deed veronderstellen dat geslachtsverkeer had plaatsgevonden.
De gerechtelijke artsen die nog dezelfde dag sectie verrichten, komen tot de conclusie dat de doodsoorzaak verstikking is. Er werd aarde aangetroffen in de mond en de luchtpijp. De neus van het slachtoffer was gebroken en de rechterlong ingedrukt. Deze verwondingen waren ontstaan door zware klappen die het slachtoffer ook het bewustzijn hadden doen verliezen, waarna zij levend was begraven. Betrekkingen hadden niet plaatsgevonden.
‘Het was Herbert Ducaju, de parkwachter van het kasteeldomein van Mesen, die het stoffelijk overschot identificeerde als dat van Magdalena Christiaenssens, geboren in 1973 te Brugge. Ducaju verklaarde dat hij juffrouw Christiaenssens voor het laatst in leven had gezien in de kapel van het kasteeldomein van Mesen, bij de gedenksteen voor Gustave Vison. De jonge vrouw verkeerde daarbij in het gezelschap van haar psychotherapeut, de heer P.M. die een praktijk heeft te Gent.’
Maarten staat in de enige krantenwinkel van Ouddorp, waar ik nog steeds logeert in het huis van mijn stervende oudtante Germaine. In de enige Vlaamse krant die ze in de winkel hebben, leest hij het artikel over de dood van Lena. Hij schreeuwt het uit.
En schrikt wakker uit de nachtmerrie. Hij is in slaap gevallen met het Evangelie van Magdalena op schoot, overmand door vermoeidheid. Lena had gedroomd van Vera – hoe zij in het kasteeldomein werd gevonden door spelende kinderen – en Maarten heeft gedroomd van Lena.
Maarten huivert. Het manuscript ligt open op een pagina van het hoofdstuk waarin Dieter Klein en Otto Rahn de coderingen van pastoor Boudet ontcijferden. Door de vermoeidheid is het nauwelijks tot zijn bewustzijn doorgedrongen wat hij daar heeft gelezen, maar zijn onderbewustzijn heeft gebruik gemaakt van zijn droom om hem op een belangrijk brokje informatie te wijzen.
‘Gustave Vison,’ prevelt hij. ‘Natuurlijk!’
Hals over kop verlaat hij het huis van zijn oudtante Germaine. Hij brengt de memoires van Lena naar de post en verstuurt het dikke pak aangetekend naar Paul Daniels, samen met een kort begeleidend briefje.
Hij moet dringend terug naar de Graalburcht, heel erg dringend – misschien is het zelfs een zaak van leven of dood. Want eindelijk weet hij waar Lena te zoeken, en waarom.
Just have a vision!
WWW.SQUIDOO.COM/PATRICK-BERNAUW-ONLINE
