Stadsspel Doe-het-Zelf Webwinkel

Inhoud:

Het Bloed van het Lam (54) Het Bloed van het Lam 00 (1) Het Bloed van het Lam 01 (1) Het Bloed van het Lam 02 (1) Het bloed van het Lam 03 (1) Het Bloed van het Lam 04 (1) Het Bloed van het Lam 05 (1) Het Bloed van het Lam 06 (1) Het Bloed van het Lam 07 (1) Het Bloed van het Lam 08 (1) Het Bloed van het Lam 09 (1) Het Bloed van het Lam 10 (1) Het Bloed van het Lam 11 (1) Het Bloed van het Lam 12 (1) Het Bloed van het Lam 13 (1) Het Bloed van het Lam 14 (1) Het Bloed van het Lam 15 (1) Het Bloed van het Lam 16 (1) Het Bloed van het Lam 17 (1) Het Bloed van het Lam 18 (1) Het Bloed van het Lam 19 (1) Het Bloed van het Lam 20 (1) Het Bloed van het Lam 21 (1) Het Bloed van het Lam 22 (1) Het Bloed van het Lam 23 (1) Het Bloed van het Lam 24 (1) Het Bloed van het Lam 25 (1) Het Bloed van het Lam 26 (1) Het Bloed van het Lam 27 (1) Het Bloed van het Lam 28 (1) Het Bloed van het Lam 29 (1) Het Bloed van het Lam 30 (1) Het Bloed van het Lam 31 (1) Het Bloed van het Lam 32 (1) Het Bloed van het Lam 33 (1) Het Bloed van het Lam 34 (1) Het Bloed van het Lam 35 (1) Het Bloed van het Lam 36 (1) Het Bloed van het Lam 37 (1) Het Bloed van het Lam 38 (1) Het bloed van het Lam 39 (1) Het Bloed van het Lam 40 (1) Het Bloed van het Lam 41 (1) Het Bloed van het Lam 42 (1) Het Bloed van het Lam 43 (1) Het Bloed van het Lam 44 (1) Het Bloed van het Lam 45 (1) Het Bloed van het Lam 46 (1) Het Bloed van het Lam 47 (1) Het Bloed van het Lam 48 (1) Het Bloed van het Lam 49 (1) Het Bloed van het Lam 50 (1) Het Bloed van het Lam 51 (1) Het Bloed van het Lam 52 (1) Het Bloed van het Lam Deel 1 (18) Het Bloed van het Lam Deel 2 (13) Het Bloed van het Lam Deel 3 (11) Het BLoed van het Lam Deel 4 (4)

44 - Oberleutnant Koehn, pater Libertus Bornauw & Dieter Klein...


44.

Terwijl Dieter Klein de opgravingen in de abdij van Ten Duinen leidde, hield Oberleutnant Koehn zich onledig met het opsporen van het gerechtelijk dossier van de zaak Goedertier. Dit werd bewaard, tegen alle voorschriften in, op de zolder van procureur De Heem, die er verschrikkelijk slordig mee was omgesprongen. Vervolgens deed Koehn uitgebreide huiszoekingen in onder meer het huis van Goedertier, de Sint Gertrudiskerk en het kerkhof, het Werkmanshuis en de Tekenacademie van Wetteren.
‘Een vol jaar was Koehn zoet met het reconstrueren, tot in de kleinste details, van de verwikkelingen rond het gestolen luik,’ zei Klein. ‘Ik liet hem begaan. Hij sprak mevrouw Goedertier diverse keren en er ontwikkelde zich een wederzijds vertrouwen tussen Koehn en de veelgeplaagde weduwe. Zij liet zich bijzonder wrang uit ten opzichte van het bisdom, het gerecht en voormalige vriend des huizes Georges De Vos. In de D.U.A.-brieven verklaarde ze “niets van mijn man” te zien. Volgens de weduwe Goedertier was haar echtgenoot op het spoor gekomen van de werkelijke dieven en had hij met hen over “de verkoop” onderhandeld. Koehn verhoorde Luysterborgh en Van Ginderachter. Aan deze laatste vroeg hij meer informatie over de detectiveromans uit de serie Le Masque, die tot de bibliotheek van Goedertier behoorden en daar nu uit verdwenen waren. Hij verhoorde ook Jan Boon, journalist van De Standaard, over de berichten die destijds in zijn krant waren verschenen, als zouden de Rechters teruggevonden zijn.’
Het was de Oberleutnant opgevallen dat zich in het ‘gezuiverde’ gerechtelijk dossier geen getuigenissen meer bevonden van de personen die aanwezig waren geweest bij de dood van Goedertier. De sleutelfiguur was hier meester Georges De Vos. Koehn maakte zijn voornemen bekend de advocaat, die ondertussen aan een bliksemcarrière in de politiek was begonnen en het reeds tot senator had geschopt, opnieuw te ondervragen. Klein besefte dat hij de Oberleutnant voortaan van dichterbij in de gaten zou moeten houden dan hij tot dusver had gedaan. Het mocht immers in geen geval aan het licht komen dat zijn vader betrokken was geweest bij de dood van Goedertier en De Swaef.
Oberleutnant Koehn verhoorde de advocaat in zijn woning te Dendermonde. Klein verzocht hem die avond mondeling verslag uit te brengen in Hotel Cecil. Koehn wierp hem een onderzoekende blik toe. Tot op dat moment had de Obersturmführer zich tevreden gesteld met een kopie van de rapporten die hij maakte voor zijn rechtstreekse oversten. De Oberleutnant maakte er echter geen opmerking over.
‘De Vos heeft zijn vroegere verklaringen bevestigd,’ zei Koehn die avond. ‘Dokter De Cock zou samen met juwelier Van Den Durpel, maar tegen de wil van Goedertier in, een priester ontboden hebben in het huis aan de Vlasmarkt waar de stervende Goedertier heen was gebracht.’
‘Maar uiteindelijk is er een monnik aan het sterfbed van Goedertier verschenen?’
‘Dat is correct. Het gaat om pater Libertus van de Pieter en Paulus benedictijner abdij van Dendermonde. Zijn familienaam is Bornauw. Hij werd door Goedertier weggestuurd.’
‘En dit korte oponthoud is fataal geworden? Want Goedertier leek nog iets te willen toevoegen aan de bekentenis waarmee hij net begonnen was, maar hij kon dit nu niet meer doen en blies zijn laatste adem uit?’
‘Dat is een goede samenvatting van de verklaring van meester De Vos,’ zei Koehn afgemeten. Na een korte aarzeling voegde hij eraan toe: ‘Maar ik blijf mijn twijfels hebben dat het werkelijk zo gegaan is.’
‘Verklaar u nader, Oberleutnant.’
‘Ik kan er niet meteen de vinger op leggen en ik kan al helemaal niks bewijzen, maar… Het is een gevoel, niets meer. Misschien moet ik pater Libertus maar eens verhoren. Ik heb de man nagetrokken. Hij is overgeplaatst naar een abdij in Frankrijk, omdat hij – naar eigen zeggen – te veel afweet over de zaak van de verdwenen Rechters. Hij is momenteel voor enkele dagen in het land en verblijft bij familie in Dendermonde.’
‘U denkt dat Goedertier meer heeft verteld dan meester De Vos laat uitschijnen? Of dat er rond het sterfbed van Goedertier iets is gebeurd dat De Vos verzwijgt?’
‘Misschien kan pater Libertus opheldering verschaffen.’
‘Dat is niet onmogelijk,’ zei Klein nadenkend. ‘Ik zou het op prijs stellen als ik bij het verhoor van pater Libertus aanwezig kon zijn, Oberleutnant.’
Koehn wierp de Obersturmführer opnieuw een onderzoekende blik toe. ‘Vanwaar die plotselinge interesse, als ik vragen mag?’
‘U zult het met mij eens zijn, Oberleutnant, dat u tot op heden weinig resultaten hebt geboekt.’
En zo ging Oberleutnant Koehn, vergezeld door de Obersturmführer, dom Libertus opzoeken. Klein liet Koehn het woord voeren en hield zich op de achtergrond.
‘Er wordt beweerd dat u aan het sterfbed van Arseen Goedertier meer hebt gezien en gehoord dan wat bekend werd gemaakt,’ opende Koehn het gesprek.
‘Sommige mensen schijnen dat in ieder geval te denken.’
‘Hoe bedoelt u?’
‘In december 1834 heeft onze abt hier in Dendermonde het bezoek gekregen van een nog vrij jonge man, die in weerwil van zijn jeugd over schier onbeperkte middelen scheen te beschikken. De jonge man stelde zich voor als Jacob Christiaenssens en was afkomstig uit Brugge.’
Klein spitste de oren. Voor zover hij het had kunnen reconstrueren, had zijn vader het paneel de Rechtvaardige Rechters destijds onder valse voorwendsels of onder dwang overgedragen aan een onbekende met wie hij een afspraak had gemaakt in een ook al niet nader bekend huis in Brugge. Nadat de onbekende Ludwig Klein koelbloedig had afgemaakt met een professioneel geplaatst nekschot en gedumpt in het Minnewater, was hij spoorloos verdwenen met de Rechtvaardige Rechters. Had de onbekende moordenaar van zijn vader nu eindelijk een naam gekregen?
‘De heer Christiaenssens drong er op aan mij tijdelijk naar een klooster in Frankrijk te sturen. Uiteraard diende zijn demarche in deze kwestie met de nodige discretie behandeld te worden, zoniet zou hij zich genoodzaakt zien zijn forse geldelijke steun aan het klooster stop te zetten. Hoewel de abt aan de heer Christiaenssens de meest volstrekte discretie beloofde, was hij door de hele gang van zaken zozeer van de kaart, dat hij er toch met mij over gesproken heeft. In het belang van onze gemeenschap hebben we toen gezamenlijk besloten dat ik op zijn minst voor een tijdje zou intreden in dit klooster in Frankrijk. Daar heb ik dan, in januari 1935, het bezoek ontvangen van een mysterieuze heer, die zijn naam niet liet opnemen in het gastenboek van de abdij en zich ten opzichte van mij weigerde te identificeren. Maar dat was ook niet nodig, want als ik mocht afgaan op de beschrijving die vader abt me had gegeven, dan ging het om de persoon die hem eerder al gevraagd had mij naar dit klooster te sturen.’
‘Jacob Christiaenssens uit Brugge?’
Dom Libertus knikte.
‘Waarover wilde hij u spreken?’
‘Over wat ik had gehoord aan het sterfbed van Goedertier.’
‘Waarom had hij dat niet eerder gedaan, toen u nog in Dendermonde was?’ vroeg Klein.
Libertus haalde de schouders op. ‘Misschien moest ik in de allereerste plaats… uit de buurt zijn?’
Daar zat iets in, dacht Klein. Blijkbaar was Jacob Christiaenssens druk bezig geweest zijn sporen uit te wissen.
‘Is er u dan iets speciaals opgevallen, aan het sterfbed van Goedertier?’
‘Ik heb het altijd bijzonder vreemd gevonden… Ik ben langer bij Goedertier geweest dan meester De Vos laat uitschijnen, weet u… Ik heb Goedertier de absolutie gegeven en hij herhaalde tegenover mij, heel zwakjes, steeds weer de woorden “onder Sint Baafs”… Ik moest mij over hem heen buigen om hem te verstaan, maar ik heb het duidelijk gehoord. “Dus, ge weet nu waar het Lam Gods is…” heb ik Goedertier toen horen zeggen, en het volgende ogenblik gaf hij de geest. Meester De Vos zei dat zijn vriend ijlde, dat hij vanalles had gezegd over het Lam Gods, maar dat het wartaal was geweest. En dat dacht ik eerst ook. Maar toen de kranten daarna schreven dat Goedertier de diefstal van de Rechtvaardige Rechters op zijn geweten had, en toen men niet de moeite deed om ook eens onder Sint Baafs te zoeken…’
‘U bedoelt… in de crypte van de kathedraal?’
‘Jazeker. Ik vond het toch wel merkwaardig, dat men daar niet naar de Rechters had gezocht. Nochtans had ik Goedertier duidelijk “onder Sint Baafs” horen zeggen. Was meester De Vos dit vergeten mee te delen aan de speurders? Had hij het niet gehoord? Wist men dat de Rechters daar niet meer te vinden waren of heeft men in het geheim onder Sint Baafs gezocht?’
Dom Libertus zweeg abrupt, alsof hij al te veel had gezegd. Ook Obersturmführer Klein hield wijselijk zijn mond. Als Oberleutnant Koehn ‘onder Sint Baafs’ letterlijk interpreteerde en zijn aandacht richtte op de crypte van de kathedraal, dan was dat best voor hem. Zelf wist Klein uiteraard wel beter. Nam je er een kaart bij, dan betekende ‘onder Sint Baafs’ ten zuiden van de kathedraal. Zijn vader was er destijds ook al achter gekomen dat de Rechters door Goedertier in het Huis van de Gebroeders Van Eyck waren verstopt, gelegen ten zuiden van de Sint Baafs. Ludwig Klein had ze daarna een tijdje opgeborgen in zijn Gentse hoofdkwartier, waar hij ze in februari 1935 onder dwang had opgehaald, om daarna koelbloedig afgemaakt te worden met een nekschot.
Klein besefte dat hij beet had. Jacob Christiaenssens uit Brugge was door dom Libertus op de piste van het Huis van de Gebroeders gezet. Waarschijnlijk was Christiaenssens ook min of meer op de hoogte geweest van de verwikkelingen die zich hadden voorgedaan rond ‘de stoutmoedige diefte’: dat Goedertier, De Swaef en Lievens aanvankelijk optraden in opdracht van een Duitse professor, maar dat Goedertier en De Swaef uiteindelijk dubbel spel hadden gespeeld en dat de Duitse professor om die reden ook op een passende wijze met hen had afgerekend. Obersturmführer Klein kon alleen maar raden naar de precieze motieven van Jacob Christiaenssens, maar de opeenvolging van de gebeurtenissen liet er geen twijfel over bestaan dat zijn reconstructie klopte.
Dank zij Libertus Bornauw had de naamloze moordenaar van zijn vader eindelijk een naam gekregen. Jacob Christiaenssens uit Brugge. Misschien was het een valse naam, maar het was in ieder geval een nààm.
Terwijl Koehn, zonder zich te storen aan het verbod van de bisschop, onder Sint Baafs naar de Rechters begon te zoeken, trok Dieter Klein naar Brugge om de moordenaar van zijn vader op te sporen.



WWW.SQUIDOO.COM/PATRICK-BERNAUW-ONLINE

Het Bloed van het Lam - Fan Box