Ware Misdaad

Bronnen

Een woordje van dank voor uitgeefredacteur Geert Cortebeeck is hier wel op zijn plaats. Zonder hem zou dit boek nooit geschreven zijn.


Het zou evenmin geschreven zijn, als ik niet had kunnen beschikken over de volgende bronnen:


Het ‘grondschema’ van deze roman heb ik eerder al uitgewerkt in mijn ‘non-fictieroman’ Mysteries van het Lam Gods (Manteau, 1991). Ik heb dit boek bij het schrijven van Het Bloed van het Lam min of meer geplunderd.

In onder meer Het Heilig Bloed en de Heilige Graal, De Messiaanse Erfenis en De Tempel en de Loge hebben Michael Baigent, Richard Leigh en Henry Lincoln zich al sinds 1982 op een bijzonder onderhoudende manier gebogen over de mysteries rond ‘de bloedlijn’ van Jezus Christus, Rennes-le-Château, de Graal, de Tempeliers enzovoort. Het zijn stuk voor stuk spannende historische-factionthrillers en ze zijn uitstekend geschreven, in de vorm van populair-wetenschappelijke werken.

Voor uiteenlopende thema’s als de Vlaamse aanwezigheid binnen de Tempelorde, het verband tussen de Tempeliers en Jan Van Eyck, de diefstal van de Rechtvaardige Rechters en de abdij Ten Duinen heb ik ook veel te danken aan drie werken van Paul de Saint-Hilaire: Raadselachtig Vlaanderen, Raadselachtig België, Raadselachtige Ardennen. De boeken werden in de jaren zeventig uitgegeven bij Rossel te Brussel, in een bar slechte vertaling uit het Frans. Frustrerend is voorts dat de Saint-Hilaire voortdurend suggereert dat hij nog veel meer weet dan hij vertelt. Jammer is ook dat hij zijn ongetwijfeld interessante ideeën zo warrig uitwerkt. Paul de Saint-Hilaire kan de fantasie van een lezer echter danig kietelen. Ludwig Klein en zijn ‘systeem-Schliemann’ werden geïnspireerd door vrij cryptische verwijzingen naar ene ‘Kreisoffizier K.’ die tijdens de Eerste Wereldoorlog het spoor van het konvooi zou hebben gevolgd, dat de Tempelschat ergens in onze Ardennen in veiligheid bracht.

Eveneens van belang voor de Vlaamse aanwezigheid binnen de Tempelorde: De Tempeliers in Vlaanderen van Lieven Cumps (Veys, 1976) en een aantal verzamelingen sagen en legenden, zoals Vlaams Sagenboek van K.C. Peeters, Reuzen en geuzen van Vlaanderen van Frédérick Tristan, Belgische sagen en legenden van Alfonds De Roeck en Leon Marquet. Een speciale vermelding verdient hier Ridders van nu van André Van Bosbeke (Epo, 1987).

Rondom het thema ‘esoterisch Brugge’ en het Heilig Bloed van Brugge was Brugge, een corpus hermeticum van Marcus Landas (Flandria Nostra, 1989) een ware inspiratiebron. Ik heb in deze context ook dankbaar gebruikgemaakt van de site http://members.lycos.nl/guiver van G. Vermeire en de site http://www.holyblood.com. Ook moet ik Andries Vanden Abeele bedanken, voornamelijk voor zijn bijdragen over de symboliek en geschiedenis van de relikwie van het Heilig Bloed en de aanwezigheid van de Rozenkruisers in de Confrérie van het Heilig Bloed. Hij heeft een groot aantal van zijn artikelen gepubliceerd op http://users.skynet.be/sb176943/AndriesVandenAbeele/.

Van het kasteel van Mesen te Lede vind je alle mogelijke informatie en vooral zeer inspirerende foto’s en notities op de site Abandoned Places (http://users.pandora.be/a-p/index.html) van Henk Van Rensbergen. Ook niet mis: http://forgottenplaces.fttcorp.com/mesen_intro_ned.php en http://www.kasteelvanmesen.tk. Wie op de hoogte wil blijven van verdere verwikkelingen rond het kasteel, kan http://www.monument.vlaanderen.be/vcm/nl/nieuwsbrief/tweekastelen.html raadplegen.

Over thema’s als de Graal, Jan Van Eyck, alchemie, de Tempeliers enzovoort raadpleegde ik voor de rest nog uiteenlopende werken als De Zwanen van Stonehenge (Hubert Lampo), Alchemie (Jacques van Lennep), The Templars, Knights of God (Edward Burman), Les mystères templiers (Louis Charpentier), Van Eyck (Lekturama), Ongewoon en Mysterieus België (Reader’s Digest) en Het proces tegen de Tempelridders (M.J. Krück von Poturzyn). Voor meer informatie over het spookhuis Den Noodt Godts in de Spanjaardstraat in Brugge kun je onder meer terecht op http://www.legendes.homestead.com.

Rond Joris-Karl Huysmans en het Heilig Bloed van Brugge publiceerde ik in 1992 al een essay in het literaire tijdschrift Kreatief, dat ik hier in een enigszins geromantiseerde vorm opgenomen heb. Het essay had destijds veel te danken aan De hemel op een kier van Ben Lindekens (Wetenschappelijke Uitgeverij, 1975) – een schitterende studie over het occultisme in de negentiende eeuw. Voor wat de relatie Docre-Van Haecke betreft, verliet Lindekens zich op een studie uit 1942 van Herman Bossier, Geschiedenis van een romanfiguur.

Uit De Slinger van Foucault van Umberto Eco (Bert Bakker, 1989) heb ik in deze roman uitgebreid geciteerd, met bronvermelding. Het boek bevat nu eenmaal zeer interessante passages over de Graal en de Tempeliers. Ik mag De Slinger hier echter ook niet onvermeld laten omdat de roman – qua vermenging van feiten en fictie – model stond voor Mysteries van het Lam Gods. De hypothese die aan de basis lag van dat boek – dat de Rechtvaardige Rechters zouden zijn gestolen omdat ze verwezen naar de legendarische schat van de Tempeliers – heeft veel te maken met mijn lectuur van De Slinger. Zonder Edouard Ingolf en zijn cryptogram van Provins, waaruit plotseling de gedecodeerde boodschap uit L’Aiguille Creuse van Arsène Lupin tevoorschijn kwam, zou ik Mysteries nooit geschreven hebben, en dan was er van Het Bloed van het Lam evenmin sprake geweest. (Het waren, tusssen haakjes, Paul de Saint-Hilaire en de Gentse fantastische auteur Jean Ray die mij erop wezen dat er best wel eens een verband kon bestaan tussen de diefstal van de Rechters en L’Aiguille Creuse. Jean Ray was gedurende de jaren dertig onder dat andere pseudoniem van hem, John Flanders, reporter voor de krant De Dag. Rik Clément schreef daar een artikelenreeks over in de krant Het Volk, verschenen van september tot oktober 1987, onder de titel Reporter John F. en het Lam Gods.)

Omtrent de occulte interesses van de nazi’s heb ik mij vooral gebaseerd op De dageraad der magiërs van Louis Pauwels en Jacques Bergier (De Bezige Bij, 1968) en voorts op onder meer Nazisme et Esotérisme van Ernesto Mila, De lans van het lot van Trevor Ravenscroft en Mythen en Mysteries (diverse auteurs, onder wie Graham Hancock en Paul de Saint-Hilaire). Ook op het wereldwijde web zijn over dit onderwerp te midden van allerlei ranzige bruine troep weleens lezenswaardige artikelen te vinden: op www.verzet.org bijvoorbeeld. Over de interesse van de nazi’s voor het Lam Gods vind je dan weer veel informatie in De miljoenen van Hitler (Wulf Schwarzwäller) of De plundering van Europa (Charles De Jaeger).

Een geval apart is de geschiedenis van Otto Rahn, die ik hier slechts kort aangestipt heb. Otto Rahn is echter wel degelijk een historisch personage. Hubert Lampo heeft uitgebreid over hem geschreven in Terug naar Stonehenge (Meulenhoff, 1988). Wat de ontdekking van het koningsgraf in Notre-Dame de Marceille door Rahn en Klein betreft: de historische Otto Rahn had daar niets mee te maken en het fictieve personage Dieter Klein uiteraard nog minder. Precies zoals het in dit boek wordt beschreven, heeft de Belg Jos Bertaulet La Vraie Langue Celtique van pastoor Henri Boudet gedecodeerd en op die manier een ‘koningsgraf’ gevonden. Bertaulet, inmiddels overleden, publiceerde daaromtrent in 1991 bij Stichting Mens & Kultuur De verloren koning en de bronnen van de graallegende (speurtocht in Notre-Dame de Marceille, een geheim oord in de geschiedenis van Frankrijk). Dit uiterst merkwaardige boek heeft lang niet de aandacht gekregen die het verdient.

En dan zijn er natuurlijk de talloze werken over de Rechtvaardige Rechters. Commissaris Karel Mortier – al vele jaren gepensioneerd – en de ondertussen overleden journalist Noël Kerckhaert hebben de afgelopen halve eeuw regelmatig verslag uitgebracht van de nieuwe ontwikkelingen in hun niet aflatende speurtocht naar het verdwenen paneel. Ik vermeld hier hun Dossier Lam Gods, verschenen in 1994 bij Stichting Mens & Kultuur. Ook journalist Jos Cels schreef verscheidene werken over het mysterie van de verdwenen Rechters, waaronder Meneer Arseen en de Rechtvaardige Rechters (De Arbeiderspers, 1963). Een andere journalist, die operereerde onder de schuilnaam William Luck, publiceerde in 1963 en 1967 twee razend interessante artikelenreeksen in het regionale weekblad De Voorpost: ‘Eindigt het spoor van het gestolen Lam Godspaneel in ’t Dendermondse?’ en ‘Geeft het Lam Gods dan toch zijn geheim prijs?’ Voor deze roman heb ik ook gebruikgemaakt van mijn eigen boek De Mythe van de Rechtvaardige Rechters (Coda, 1995) en de research die ik daarvoor gedaan heb. Het was in het kader van mijn werk aan dit boek dat ik voor het eerst iets hoorde over het kasteel van Mesen als mogelijke bergplaats van de Rechtvaardige Rechters.

Populaire posts